NATUUR EN CULTUUR

LES 4: Uitvinder van leven

Kinderen groeien op in een wereld van wetenschap en techniek. En deze wetenschap evolueert met enorm grote snelheid. Wat gisteren nog revolutionair was, is morgen reeds achterhaald. Dit wijst op de gedrevenheid waarmee wetenschappers werken. Zo willen zij bouwen aan een wereld waar het goed is om te leven, voor zichzelf en voor alle anderen.

Maar gaan die wetenschap en techniek soms niet te ver? Is de snelheid waarmee alle evolueert niet beangstigend? En kunnen wetenschap en techniek het leven enkel bevorderen of ook schaden?

Impuls 1: Spel/drama - Levende machine

Spelverloop:

  • 1 leerling begint de levende machine door met een beweging een onderdeel van een machine na te bootsen. Hij/zij maakt daarbij een passend geluid. Hij/zij tilt bijvoorbeeld een arm op en maakt daarbij het geluid 'tsss'. Hij/zij blijft dit herhalen.
  • Een tweede leerling komt erbij staan en maakt een andere beweging met een ander geluid, en blijft op zijn/haar beurt herhalen. Let op: Het is belangrijk dat de beweging van de 2de leerling aansluit op de beweging van de 1ste leerling. Als bijvoorbeeld de arm van de 1ste leerling helemaal omhoog is, kan de 2de leerling haar/zijn beweging inzetten.
  • Op dezelfde manier komt er ook een 3de leerling bij, en een 4de en ... Dit gaat door tot iedereen deel uitmaakt van de levende machine

Variaties:

  • De leerlingen maken een machine die een voorwerp kan doorgeven, bv een bal. Alle bewegingen moeten hierop worden afgestemd.
  • De juf  geeft de snelheid van de machine aan: langzaam/normaal/snel.
  • Op het teken van de juf loopt de machine vast, pruttelt even na en valt daarna stil of ontploft.

Impuls 2: Kortfilm - Metalen hart

Invention of love is een zeer mooie, uit silhouetten opgebouwde kortfilm. Het verhaal start als een eenvoudig liefdesverhaal, maar blijkt al snel veel meer te zijn. De film creëert een wereld, waarin machines en technologie de mensen en de natuur volledig lijken te vervangen en steeds meer te lijken definiëren. De man in de film verliest zich in slimme technologieën en zet daardoor het echte waardevolle op het spel.

Kijkopdracht:

  • Kan techniek de natuur volledig vervangen?
  • Je hoeft hier nu geen pasklaar antwoord op te geven, maar de vraag kan jullie tijdens het kijken op een andere manier aan het denken zetten.

LES 3: Wondere wereld

Impuls 1: Stel je voor ...

Hieronder zie je heel wat situaties die laten zien wat er allemaal gebeurt als de techniek het laat afweten.

We vertrouwen zo op de techniek in onze samenleving, maar als die het laat het afweten ...

  • Beschrijf de verschillende situaties kort.
  • Weten jullie zelf nog voorbeelden?

Impuls 2: Groepswerk - Wat een veranderingen!

In de 20ste eeuw kenden heel wat domeinen van de wetenschap een enorme vooruitgang. 
  • Kunnen jullie een aantal voorbeelden geven bv. in de geneeskunde, de ruimtevaart, de communicatietechniek, ...
  • Wat is voor jullie dé uitvinding van de 20ste eeuw (+ begin 21ste eeuw)?
  • Een aantal figuren uit de wetenschap en techniek waren heel belangrijk voor ontdekkingen en verwezenlijkingen. Hun inzichten worden tot vandaag gebruikt. Jullie mogen zo iemand beter leren kennen.

Groepswerk:

Elk groepje kiest een uitvinder:

  1. John Logie Baird, die ook wel de 'vader van de televisie' wordt genoemd;
  2. Alexander Graham Bell, de uitvinder van de telefoon
  3. Marie Curie, die de radioactiviteit ontdekt heeft.
  4. Henry Ford, de uitvinder van de eerste auto met een verbrandingsmoto en van het lopende-band-systeem
  5. Alfred Bernhard Nobel, de uitvinder van het dynamiet en de stichter van de Nobelprijs.
  6. Jonas Edward Salk, de uitvinder van het vaccin tegen kinderverlamming

Dit zijn maar een paar belangrijke onderzoekers en uitvindingen. Je mag zelf een andere uitvinder kiezen als je dat wil.

  • Elk groepje krijgt het bronnenblad over de door hen gekozen persoon en de groepsopdracht.
  • Lees eerst het bronnenblad en bespreek met je groepje. Beantwoord dan de vragen en bespreek hoe jullie in de volgende les jullie uitvinder aan jullie klasgenoten zullen voorstellen.
  • Jullie mogen natuurlijk zelf aanvullende informatie opzoeken over jullie uitvinder.
  • In jullie presentatie moeten jullie de positieve en negatieve aspecten van de uitvindingen van deze persoon naar voren brengen.
  • De presentatie kan verschillende vormen hebben: een toneeltje, een poppenspel, een PowerPointpresentatie, een affiche, ...
  • De presentatie gaan we tijdens de volgende lessen bekijken. Alvast heel veel succes bij de voorbereiding van dit groepswerk.

Bespreken van de presentaties

  • Werd de uitvinder duidelijk voorgesteld?
  • Welke uitvinding spreekt je het meest aan?
  • Wat heb je geleerd?

Extra filmpjes:

1. Charlie Chaplin - Eating Machine

  • Waar gaat dit filmpje over?
  • Bestaat deze uitvinding echt?
  • Zou het een nuttige uitvinding zijn (als het zou werken)?
  • Zien jullie hier positieve of negatieve gevolgen van wetenschap en techniek?

2. Chaplin - Modern Times - Factory scene (Late afternoon)

  • Waar gaat dit filmpje over?
  • Wat is het probleem met de moderne tijden volgens dit filmpje?
  • Zien jullie hier positieve of negatieve gevolgen van wetenschap en techniek?

LES 2: De wereld zit vol met ...

Impuls 1: Themabeeld 'Natuur en cultuur'

  • Wat heeft de titel met de foto te maken?

Impuls 2: Wat is schoonheid? (PPT + WB)

Bekijk de foto's goed: 

  • Wat vind je mooi/lelijk? Waarom?
  • Klassikaal bespreken van de antwoorden.

BESLUIT: Mensen denken verschillend over mooi en niet mooi.


Impuls 3: De wereld zit vol met ...

Interview met de filosoof Friedrich Schelling

Ik ga met jullie zo'n 200 jaar terug in de tijd.
  • Hoe zou een jeugdjournaal er in 1800 hebben uitgezien/geklonken?

het interview:

  • Hebben jullie begrepen waarover het ging?
  • We herlezen enkele fragmenten uit het interview (Ppt).
  • Kijk ook naar de bijhorende prenten en vertel.

Filosofisch gesprek

We kiezen samen één van de uitspraken van Friedrich Schellings uit de Powerpoint en voeren hierover een filosofisch gesprek.

Vragen:

  • Wat denk je van die uitspraak van Friedrich Schelling?
  • Ben je het eens/oneens met wat hij zegt?
  • Waarom ben je het eens/oneens met wat hij zegt?
  • Zie jij voorbeelden van een 'plan in de natuur'?
  • Denk jij dat er een opsteller van een plan is?
  • Waarom denk je dat?
  • Is dat volgens jou God?
  • Is het mogelijk dat er helemaal geen plan achter zit?
  • Waarom denk je dat?
  • Wie of wat heeft volgens jou een plan bedacht?
  • Hoe kom je tot die uitspraak?
  • Probeer die uitspraak eens in je eigen woorden te formuleren.

Uitspraken:

Leven is niet zomaar ontstaan. Daar zit een plan achter. God is de opsteller van dat plan. 

God heeft ellende opgenomen in Zijn plan omdat dat 'werkt': doordat de wereld niet perfect is, gaan mensen van alles doen. Ze bouwen huizen, kastelen en dijken. Ze willen weten hoe de natuur in elkaar zit en doen wetenschappelijke ontdekkingen om de natuur te kunnen beheersen. Dat is mijn theorie van goed en kwaad: doordat er kwaad is in de wereld, worden mensen geprikkeld om het goede te doen.

De mens is vrij. Hij kan kiezen tussen goede en verkeerde dingen.

De natuur streeft naar mooie dingen. We verlangen dat wat mooi is, altijd blijft bestaan. Daarom bewonderen mensen schoonheid, zowel in de natuur als in het werk van mensen.


Impuls 4: Filmpjes 'The Breathtaking beauty of nature' / Planet Earth: Amazing nature scenery.

Bespreken filmpje(s):

  • Wat vind je mooi/ lelijk? Waarom?
  • Zie je de dingen zo altijd in de natuur? Waarom wel/niet?
  • Wat vind jij het allermooiste in de natuur?
  • Wat vind jij het echt niet mooi in de natuur?

Impuls 5: De natuur als spelbreker

Bespreken filmpje:

  • Waar gaat dit filmpje over? 
  • Welke natuurfenomenen (rampen) heb je in het filmpje gezien? Omschrijf ze.
  • Kunnen jullie zelf nog andere voorbeelden geven.
  • Dit lesonderdeel heeft van mij de titel 'De natuur als spelbreker' gekregen. Waarom zou ik deze titel gekozen hebben?

LES 1: Schoonheid - Glimmende steentjes

Impuls 1: Een boekje vol moois

Voorbereiding:

  • Knip de blaadjes uit en niet aan elkaar tot een boekje.
  • Deze boekjes zijn persoonlijk en de informatie in de boekjes is vertrouwelijk.
  • De volgende 5 dagen krijgen jullie een korte opdracht. De opdrachtjes zijn kort, maar neem er elke dag even tijd voor om er stil bij te staan.

Opdrachten:

  • Dag 1: Ga naar de tuin of een groen plek in de buurt. Ga op zoek naar de allermooiste bloem. Beschrijf de bloem.
  • Dag 2: Zoek een plekje waar je rustig kunt nadenken. Denk aan een mooie herinnering. Noteer de herinnering.
  • Dag 3: Zoek een plekje waar je rustig kunt nadenken. Laat je gedachten maar komen en gaan. Noteer een mooie gedachte.
  • Dag 4: Zoek een plekje waar je rustig kunt nadenken. Denk aan een mooi persoon. Noteer waarom je deze persoon zo mooi vindt.
  • Dag 5: Bekijk jezelf in de spiegel. Wat is er zo mooi aan jou? Noteer wat je mooi vindt aan jezelf (aan de buitenkant en aan de binnenkant).

Gesprek

  • Welke opdracht sprak jou het meest/minst aan? Waarom?
  • Welke opdracht vond je het makkelijkst/moeilijkst? Waarom?
  • Is er een opdracht die je niet hebt kunnen uitvoeren? Wat hield je tegen?
  • Wat is het mooiste dat je hebt gevonden/ontdekt/bedacht/neergeschreven ...?
  • Wanneer is iets mooi voor jou?
  • Kun je kiezen wat je mooi vindt? Waarom wel/niet?
  • Kun je iets wat je eerst lelijk vond toch mooi gaan vinden? Vertel.
  • Kan iets wat niet perfect is, mooi zijn? Waarom wel/niet?
  • Hoe kunnen herinneringen en gedachten mooi zijn?
  • Hoe kan iemand mooi zijn aan de binnenkant?
  • Kun je in één zin omschrijven wat schoonheid is?

Impuls 2: Tekst over schoonheid

God maakt een schitterende mozaïek
met mensen die als steentjes zijn,
vaak klein en wat geschonden,
soms glimmend nieuw en warm gevlamd,
maar alle steentjes die de mensen zijn
raapt God met liefde op.
Hij voegt ze samen in zijn mozaïek.
Hij is een dankbaar kunstenaar
die juicht
om wat aan schoonheid mogelijk is
met steentjes en met mensen.

Werkwijze

  • 1ste keer voorlezen 
  • 2de keer voorlezen: Noteer een woord, dat de tekst bij je oproept (Het boekje vol moois).
  • 3de keer voorlezen: Noteer een tweede woord, dat de tekst bij je oproept (Het boekje vol moois).
  • 4de keer voorlezen: Noteer een zin, die de tekst bij je oproept (Het boekje vol moois).

Gesprek:

  • Wat hebben jullie genoteerd en welke associaties hebben jullie gemaakt?
  • Als je jezelf zou vergelijken met een steen, hoe zou die steen er dan uitzien?
  • Hoe kan jij een mooie, glimmende steen zijn/worden? Wat doe jij daarvoor/ Wat heb jij daarvoor nodig?
  • Hoe kunnen alle mensen samen een mooi mozaïek vormen? Hoe stel jij je dat voor? Heeft God daar een taak in? En jij? Vertel.

Verwerking: Klasmozaïek

Optie 1: met gekleurd papier

  • Op de 5de dag in 'het boekje vol moois' keken jullie in de spiegel en noteerden jullie wat je mooi vindt aan jezelf, zowel aan de buiten- als aan de binnenkant.
  • Kies een element dat je toen hebt genoteerd. Schrijf dat op een stukje gekleurd papier en scheur het woord uit.
  • Met alle gescheurde stukjes gekleurd papier kan er een mooi mozaïek gevormd worden.
  • Deze kan op een flap gekleefd worden en in de klas opgehangen worden.

Optie 2: met beschilderde stenen

  • Breng een steen mee en beschilder die.
  • Vernis de steen.
  • Met de in verschillende kleuren beschilderde stenen kan er dan een mozaïek gelegd worden.
  • Die mozaïek krijgt een mooie plaats in de klas.

Optie 3: stenen met servetten versierd

  • Wij maken er eerst een klasmozaïek van, later wordt het een keitof cadeau voor iemand.

Themaliedjes